Geschreven door Hans Koomen
“Het zijn de kleine dingen die het doen,” zingen Saskia en Serge. En inderdaad: het zijn de kleine dingen die een optreden laten slagen… of nét even anders laten lopen.
In deze blog een kijkje achter de schermen — wat komt er nou eigenlijk kijken bij een optreden? Zoals inmiddels traditie is geworden, duik ik weer in Delpher. De accu’s van de mijnlamp zijn opgeladen.
Van aanvraag tot bestemming
Het begint natuurlijk met een aanvraag voor een optreden of workshop. De gedachte is dan vaak dat wij voor een port en cassis (onze variant van “voor een appel en een ei”) wel even langskomen. Maar helaas: er zijn altijd kosten. Denk alleen al aan reiskosten — en die hangen sterk af van de bestemming.
Zo lezen we in De Tijd (5 maart 1958) dat we meewerken aan een liefdadigheidsbal in Paleis Noordeinde in Den Haag. Niet verkeerd. Maar het kan nóg verder: uit De Tijd – De Maasbode (31 mei 1961) blijkt dat LPR in 1960 zelfs in Wenen stond. En wie de eerdere blogs heeft gelezen, weet dat Nancy (en Maastricht in 1954) ook op de lijst staan.
Kortom: we komen nog eens ergens.
Bronnen: De Tijd, De Tijd - De Maasbode en Gazet van Limburg.
Het programma: Rococo, Biedermeier en een vreemde eend
Als de locatie bekend is, volgt de volgende uitdaging: het programma. Tegenwoordig is er veel Regency, vroeger was er vaak een combinatie van Rococo en Biedermeier.
Neem het optreden in 1956 in het Palazotheater te Grave: vóór de pauze voert Rococo de boventoon. Maar in dat programma springt één dans eruit: de Gavotte Stephanic. Mij totaal onbekend. De muziek klinkt verdacht veel als de Wilhelmi, dus wellicht ligt daar de reden dat deze dans inmiddels uitgestorven is.
Soms is het programma trouwens breder dan alleen dans. Volgens De Tijd (19 maart 1953) gingen we regelmatig op pad met Godfried Bomans. Cultuur met een hoofdletter C. Of zie deze onderstaande video's uit een meer recente periode.
Annenpolka https://youtu.be/e8NMYjDBoQc?si=m9Z10aACCPaLJ9c-&t=1801
De logistiek: van pianist tot Prins Marshall
Dan de praktische kant.
Je hebt nodig:
- Dansers voor het carré
- Kleedwezens (helden, laten we dat even benoemen)
- Iemand voor de muziek
In de beginjaren ging er nog een pianist mee. Luxe. In De Linie (1 juni 1963) lezen we dat deze werd vervangen door een bandrecorder. Daarna volgde een kleine technologische evolutie:
bandrecorder → cassette recorder → digitale cassette → cd-speler → Koning Boomboom (ghettoblaster) → en tegenwoordig: Prins Marshall (Bluetooth speaker + telefoon).
Vooruitgang noemen we dat.
Bronnen: De Linie
De kleedkamers (of wat daarvoor doorgaat)
Dan breekt de grote dag aan. Het carré arriveert, en dan… omkleden.
Dat gebeurt op indrukwekkende locaties, waaronder:
- De buitenlucht
- De gang van een klein hotelletje
- Garageboxen
- Op het podium tijdens een toneelstuk
- De etalage van een leegstaand winkelpand
- Kleedkamers met koud (soms warm!) water
- Een kleedkamer van een symfonieorkest… voor twee personen
Een mens wordt er flexibel van.
Het publiek: van koningin tot drie man en een paardekop
Dan begint de show. En het publiek? Dat varieert nogal.
In het Nieuwsblad van het Noorden (22 oktober 1959) lezen we dat koningin Juliana ooit toekeek. Maar het publiek kan net zo goed bestaan uit:
- Drie toevallige voorbijgangers
- 900 telecom medewerkers die vooral geïnteresseerd zijn in het buffet
- Kinderen die ademloos naar de jurken kijken
- Aangeschoten Belgen die spontaan mee willen dansen
We passen ons aan.
De kleine dingen
En dan nu waar het echt om draait: de kleine dingen. De momenten waarop spanning en ontspanning elkaar razendsnel afwisselen. Bij ons is de vice-praeses verantwoordelijk voor optredens.
Muziekwezen: “He vice, is de muziekapparatuur uitgeleend?”
Vice: “Nee, hoezo?”
Muziekwezen: “Oh… dan is die dus gestolen.”
Heer 1: “Waar zijn de herenbroeken?"
Heer 2: “!#@$@. Ik rij wel even heen en weer. We hebben toch nog tijd genoeg.”
Heer (5 minuten voor Rococo):
“De schmink is niet goed… ik begin opnieuw.”
Organisatie: “Kunnen jullie wat dansen schrappen? Het programma loopt uit.”
Vice: “Prima.”
Organisatie (half uur later): “Nog iets meer schrappen? Anders halen ze Schiphol niet.”
Vice: “Geen probleem.”
(Van 6 naar 3 dansen. Efficiëntie!)
Vice: “Tot morgen!”
Muziekwezen: “Morgen?”
Vice: “Ja, Burgh-Haamstede.”
Muziekwezen: “…ik kan morgen helemaal niet.”
Een heer scheurt zijn broek terwijl hij een “flauwvallende” dame opvangt.
Iemand uit het publiek: “Ja heer, probeer dan nog maar eens in je rol te blijven!”
Organisatie paardenconcours:
“Als jullie straks nog een keer optreden… kan er dan minder gedanst worden? We komen voor de paarden.”
Beheerder van een kasteel: “Ik ben zo benieuwd naar jullie Rococo optreden zometeen. Ik kan niet wachten op al dat moois.”
Dezelfde beheerder direct na afloop optreden: “Ik heb de geluidsboxen van jullie buiten neergezet, want ik wil op tijd naar huis, dus schiet op.”
Heer (voor vertrek naar een optreden in Duitsland): "Hé, waar is dame X?"
Vice: "Die is ziek. Kleedwezen, ga even thuis je dansschoenen ophalen. Je hebt vandaag je eerste Biedermeier optreden."
Kleedwezen: “ Maar ik heb nog niet alle dansen van vandaag geleerd!!!”
Tot slot
Dus ja, het zijn inderdaad de kleine dingen die het doen. Niet de perfect uitgevoerde passen of het strakste programma. Maar de chaos. De improvisatie. De bijna-rampen die uiteindelijk gewoon goede verhalen blijken te zijn. En precies dát maakt een optreden geslaagd. Dus (oud-)leden, deel je herinneringen door een reactie te plaatsen!
~ ◈ ~
Reactie plaatsen
Reacties
Die aangeschoten Belgen dachten wel even een gebroken balancé mee te doen. Ze liepen enigszins bedroeft terug naar hun tafeltje. Het zal me altijd bij blijven. Fijn dat die ervaring de opsomming gehaald heeft.